De NNRD Afvaldokters: ‘Papieren doekje niet bij restafval’
Bron: Leeuwarder Courant / Wilbert Elting
Met twee ‘afvaldokters’ vroeg NNRD uit Drachten woensdag bij ziekenhuizen Frisius MC in Leeuwarden en Nij Smellinghe in Drachten aandacht voor het scheiden van afval. De papieren doekjes om je handen te drogen? Die kunnen bijvoorbeeld gewoon bij het oud papier.
Ze zijn een opvallende verschijning in de hal van ziekenhuis Frisius MC in Leeuwarden: Marijke Weessies en Wally Schiphof. Uitgedost in doktersjassen duwen ze een container voor zich uit die is versierd met stickers, opgeblazen handschoentjes en lege infuuszakken. Bij de patiënten en medewerkers trekken ze het nodige bekijks.
Weessies en Schiphof zijn in het ziekenhuis om op een ludieke manier aandacht te vragen voor afvalscheiding en het personeel uit te nodigen daarover mee te denken over waar kansen liggen. De twee werken bij afvalverwerker NNRD in Drachten die in het Noorden veel zorginstellingen als klant heeft. Het bedrijf probeert elk jaar iets ludieks te doen in de week van de circulaire economie om zo weer even de aandacht op het onderwerp te vestigen.
Veel verdwijnt onterecht in het restafval
En dat is nodig, weet Weessies, bij NNRD accountmanager voor de zorg. „We proberen een beetje draagvlak te creëeren”, vertelt ze in de centrale hal voordat ze de afdelingen opgaan om daar met medewerkers te praten. „Heel veel mensen zijn wel betrokken hierbij maar ze weten ook vaak niet zo goed wat ze kunnen doen.”
Daardoor verdwijnt in de praktijk veel in het restafval, officieel ‘niet specifiek ziekenhuisafval’ genoemd, wat daar eigenlijk niet in hoeft. En dat is zonde, zegt Weessies. „Omdat het als medisch afval wordt gezien, gaat dat allemaal zo de verbrandingsoven in. Terwijl er nog heel nuttige grondstoffen in kunnen zitten.”
Plastic, papier en groente- fruit- en etensresten kunnen daarom beter in aparte stromen worden ingezameld. Maar dat geeft op de afdelingen nog wel eens hoofdbrekens, hoorden Weessies en Schiphof op hun ronde door het ziekenhuis. Weessies geeft als voorbeeld een leeg zakje cup-a-soup. „Is dat nou papier of plastic? Tsja. Eigenlijk allebei niet want de folie is heel moeilijk van het papier te halen. Daarom moet die in het restafval.”
Hetzelfde geldt voor de handschoentjes, „dat is latex en kunnen we niks mee”, en de infuuszakken, „dubbele lagen pvc die we ook niet uit elkaar krijgen”. De papieren handdoekjes die massaal gebruikt worden om de handen af te drogen, mogen dan weer wel in de papierbak. „Die verdwijnen heel vaak bij het restafval. Dus dat is winst als die op de goede plek komen.”
Verwerken van restafval wordt steeds duurder
Die winst is er overigens niet alleen omdat er minder afval in de oven gaat en meer grondstoffen worden teruggewonnen. Er is ook een financiële component. „Het wordt steeds duurder om restafval te verwerken. Dus hoe minder daar in komt, hoe beter het ook is qua kosten. Dat motiveert veel mensen toch ook wel.”
De ‘afvaldokters’, zoals de twee NNRD-vrouwen zich noemen, helpen bij het scheiden met onder meer stickers voor de prullenbakken. „Zo geef je die bakken een identiteit. Dat helpt altijd, merken we.” En vaak is het ook de kwestie van een ander perspectief. „Eigenlijk hebben we nooit anders gedaan dan afval scheiden. Vroeger ging het glas gewoon terug naar de melkboer en kwam de schillenboer voor het groen afval. Zo anders was dat echt niet.”